Harige koninginnen
Wie met het mooie weer buiten was de afgelopen week, kan er haast niet omheen. Af en toe komt er een dikke harige hommel langs vliegen. Het is een koninging!
Waarom alleen koninginnen?

Hommels leven in volken. Alleen de koningin overwintert. Ze is in de nazomer of de vroege herfst al bevrucht en daarna warm weggekropen. Daar blijft ze geïsoleerd onder een laag afgevallen blad wachten op de eerste zon van het vroege voorjaar. Afhankelijk van het weer komen de eerste koninginnen eind februari weer tevoorschijn. Vaak is de aardhommel het eerst, want dit zijn het dikst. Een paar weken later kun je ook de akkerhommel, steenhommel, boomhommel en nog een paar soorten tegenkomen.
Muizen en mezen
Wie goed oplet, ziet dat de hommels na een halfjaar winterrust honger hebben. Ze hebben eerst nectar nodig en vliegen dus op je krokussen of andere schaarse bloemen in deze tijd van het jaar. Als ze een beetje aangesterkt is, zal ze op zoek gaan naar een nestplek. Vaak zie je ze dan ineens zigzaggend over de grond gaan op een plek waar helemaal geen bloemen staan. Als ze een donker plekje zien, duiken er op om het te onderzoeken. Soms hebben ze geluk en vinden ze de gang van een muis die de winter niet overleefd heeft. Ideaal voor een hommel, want dan hebben ze een mooi gangenstelsel met daarin nog haren en nestmateriaal van de muis. Daar kan een hommel zelf niet mee slepen, dus ze heeft een bestaand nest nodig om zelf een nest te starten.
Wilg is de koning van het stuifmeel
Als de koningin een nest gestart is, zal ze 8 tot 16 eitjes leggen. Nu gaat ze op zoek naar stuifmeel (proteïne) voor de larven. Die vindt ze vooral op bloeiende wilgen. Want er bloeit nog maar weinig en de wilg heeft zowel nectar als stuifmeel. Die eerste generatie levert alleen dochters. Vaak zijn ze veel kleiner omdat de koningin in haar eentje moeilijk aan voldoende stuifmeel kan komen. De werksters nemen het werk over en gaan nu op zoek naar eten. De koningin blijft in het nest en komt niet meer naar boven. Daar zal ze de komende maanden nieuwe legsels maken. Het nest kan bij veel soorten groeien naar 200 tot 300 hommels.
Hommels zijn knuffeldieren, behalve boomhommels
Afgelopen dagen vloog er meerdere keren een koningin naar binnen in het ontvangstgebouw op Eygelshof. Rustig hebben we deze weer naar buiten geleid. Hommels zijn heel zachtaardig. Als je op hun route staat, kunnen ze tegen je aanvliegen, maar ze zullen normaal gesproken nooit steken. Behalve boomhommels. Die nestelen meestal niet onder de grond in een muizennest, maar in een nestkastje waar vorig jaar een mees in zat. Als het nest wat groter wordt (mei – juli) zul je vaak een paar werksters zien die de ingang bewaken. Komt er een vogeltje of een nieuwsgierig mens te dichtbij, dan zullen ze die wegjagen.
Geplaatst in Natuur